Rijksuniversiteit Groningen / Digitalisering op verzoek
 
RVH-thumb.jpg
English | Nederlands

Aantekeningen van dr. Wilhelmus Hammonius over zijn handelingen als gezant van Stad en Lande van Groningen naar de hertog van Parma (mei-november 1589)

(2008) Broek, Jan van den

Getranscribeerd en toegelicht door Jan van den Broek.

In de jaren 1580-1594 was het gewestelijk bestuur van Stad en Lande van Groningen in handen van burgemeesters en raad van de stad Groningen en de ‘verordenten’ van de Ommelanden. Dit bestuur was trouw aan koning Filips II van Spanje en zijn Nederlandse regering, die in Brussel resideerde en geleid werd door Alexander Farnese, beter bekend als de hertog van Parma. Het koninklijke gezag werd in Stad en Lande uitgeoefend door stadhouder Francisco Verdugo en een college dat ’s Konings Kamer werd genoemd: de Hoofdmannenkamer onder voorzitterschap van luitenant-stadhouder dr. Johan de Gouda. Groningen en Groningerland hadden in deze jaren in toenemende mate te lijden onder de druk die de Staatsgezinden op het gewest uitoefenden. De Staatse stadhouder van Westerlauwers Friesland, graaf Willem Lodewijk van Nassau, slaagde er stapsgewijs in Stad en Ommelanden van de buitenwereld af te snijden. Mede daardoor viel het de koningsgezinde bestuurders in Groningen steeds moeilijker om nog langer het geld op te brengen dat nodig was voor het onderhoud van de vele garnizoenen, die op vele plaatsen in de Ommelanden waren ondergebracht om Staatse invallen te verhinderen, maar daarin steeds minder goed slaagden. Om hun nood te klagen en aan te dringen op spoedige en effectieve hulp, stuurden de heren van Groningen in het voorjaar van 1589 de stadssyndicus, dr. Wilhelmus Hammonius, naar de hertog van Parma. De Spaanse ambtenaar Francisco Vázquez de Humana, een medewerker van stadhouder Francisco Verdugo, ging met hem mee. Het gezantschap vertrok op 13 mei 1589 uit Groningen en ging ervan uit dat het de hertog in Brussel zou treffen. Omdat de Staatsgezinden in Gelderland en aan de Nederrijn sterke posities bezet hielden, moesten de gezanten een wijde omweg maken door Münsterland, de streek langs de Ruhr en Keulen. Daar aangekomen vernamen ze dat de landvoogd, die met ernstige lichamelijke klachten kampte, zich naar Spa had begeven om er ‘het water te drinken’. Ook de naaste assistenten en adviseurs van de hertog van Parma bevonden zich daar. Dientengevolge verbleef de Groningse syndicus ruim drie maanden in het kuuroord, waar hij met vele hoge functionarissen, onder wie ook de hertog zelf, sprak. Vázquez aanvaardde op 28 augustus 1589 de terugreis naar Groningen, maar omdat Hammonius ook nog zaken te regelen had met enkele Brusselse instanties, vertrok deze eind september via Namen naar de Brabantse hoofdstad. Half november 1589 keerde hij terug naar Groningen, waar hij op zondag 3 december, rond vier uur in de middag, arriveerde. De volgende dag kon hij, aan de hand van de aantekeningen die hij tijdens zijn gezantschap had gemaakt, verslag doen aan zijn opdrachtgevers. Hij kon hen vertellen dat de regering bereid was Stad en Lande te helpen, dat ze soldaten, geld en munitie zou sturen en dat de bevelen daartoe al uitgevaardigd waren.

Behalve het hier gepubliceerde notitieboekje (inventarisnummer rvr 2) bevinden zich in het Groningse stadsarchief nog enkele andere documenten betreffende het gezantschap van Hammonius en Vázquez:

rvr1084 Geloofs- en recommendatiebrief van burgemeesters en raad met de verordenten van Stad en Ommelanden van Groningen voor stadssyndicus dr. Wilhelmus Hammonius ten behoeve van diens missie naar de hertog van Parma. Mei 1589.

rvr 1007 Brieven van burgemeesters en raad met de verordenten van Stad en Lande aan syndicus Wilhelmus Hammonius te Spa. 1589.

rvr 1223 Brieven van Wilhelmus Hammonius, vanwege Stad en Lande gezonden tot de hertog van Parma, aan zijn committenten.1589. Met begeleidende brieven van G. Moesyenbroucq uit Keulen.

rvr 1064 ‘Minuten wth Spa ende Bruessel.’ Concepten en kopieën van brieven en andere stukken, uitgegaan van stadssyndicus Wilhelmus Hammonius tijdens zijn verblijf in Luik, Spa en Brussel. 31 mei - 13 november 1589.

Zoals eerder het geval was bij de uitgave van Hammonius’ ‘verbaal’ over 1587-1589,1 is bij het transcriberen de interpunctie en het gebruik van hoofd- en kleine letters enigszins aangepast aan de hedendaagse gewoonten. Er is geen poging gedaan om de annotatie consequent in te richten. Men vindt daarin opmerkingen over de originele tekst, verwijzingen naar andere bronnen, voorstellen voor de interpretatie van woorden en
passages, maar soms ook een inhoudelijke toelichting op Hammonius’ aantekeningen.

Een index maakt deel uit van deze uitgave.




Klik hier voor het boek in PDF formaat

Gebruik a.u.b. deze link om te verwijzen naar dit document:
http://irs.ub.rug.nl/ppn/315327669

Meer informatie in de catalogus
Meer informatie in Picarta

[print]Afdrukken op bestelling.



ID 2130
Moeder ID 2129
Volgorde VH3-RVH
Naam RVH
Publiceren yes
OAI-naam Annotation
Path root/2008/RVH/
Naam Cover RVH-thumb.jpg
Gemaakt op: 2008-03-17 14:25:28
Gemodificeerd op: 2009-09-16 11:54:34
Digitaal ID 47de7f5880bbd
Titel Aantekeningen van dr. Wilhelmus Hammonius over zijn handelingen als gezant van Stad en Lande van Groningen naar de hertog van Parma (mei-november 1589)
Titelvolgorde Aantekeningen van dr. Wilhelmus Hammonius
Ruilverkeer mogelijk no
Printen in opdracht yes
Aantal pagina's 64
Publicatiejaar 2008
Verslagjaar 2008
Taal nl_NL
Type Annotation
Beschrijving Getranscribeerd en toegelicht door Jan van den Broek.

In de jaren 1580-1594 was het gewestelijk bestuur van Stad en Lande van Groningen in handen van burgemeesters en raad van de stad Groningen en de ‘verordenten’ van de Ommelanden. Dit bestuur was trouw aan koning Filips II van Spanje en zijn Nederlandse regering, die in Brussel resideerde en geleid werd door Alexander Farnese, beter bekend als de hertog van Parma. Het koninklijke gezag werd in Stad en Lande uitgeoefend door stadhouder Francisco Verdugo en een college dat ’s Konings Kamer werd genoemd: de Hoofdmannenkamer onder voorzitterschap van luitenant-stadhouder dr. Johan de Gouda. Groningen en Groningerland hadden in deze jaren in toenemende mate te lijden onder de druk die de Staatsgezinden op het gewest uitoefenden. De Staatse stadhouder van Westerlauwers Friesland, graaf Willem Lodewijk van Nassau, slaagde er stapsgewijs in Stad en Ommelanden van de buitenwereld af te snijden. Mede daardoor viel het de koningsgezinde bestuurders in Groningen steeds moeilijker om nog langer het geld op te brengen dat nodig was voor het onderhoud van de vele garnizoenen, die op vele plaatsen in de Ommelanden waren ondergebracht om Staatse invallen te verhinderen, maar daarin steeds minder goed slaagden. Om hun nood te klagen en aan te dringen op spoedige en effectieve hulp, stuurden de heren van Groningen in het voorjaar van 1589 de stadssyndicus, dr. Wilhelmus Hammonius, naar de hertog van Parma. De Spaanse ambtenaar Francisco Vázquez de Humana, een medewerker van stadhouder Francisco Verdugo, ging met hem mee. Het gezantschap vertrok op 13 mei 1589 uit Groningen en ging ervan uit dat het de hertog in Brussel zou treffen. Omdat de Staatsgezinden in Gelderland en aan de Nederrijn sterke posities bezet hielden, moesten de gezanten een wijde omweg maken door Münsterland, de streek langs de Ruhr en Keulen. Daar aangekomen vernamen ze dat de landvoogd, die met ernstige lichamelijke klachten kampte, zich naar Spa had begeven om er ‘het water te drinken’. Ook de naaste assistenten en adviseurs van de hertog van Parma bevonden zich daar. Dientengevolge verbleef de Groningse syndicus ruim drie maanden in het kuuroord, waar hij met vele hoge functionarissen, onder wie ook de hertog zelf, sprak. Vázquez aanvaardde op 28 augustus 1589 de terugreis naar Groningen, maar omdat Hammonius ook nog zaken te regelen had met enkele Brusselse instanties, vertrok deze eind september via Namen naar de Brabantse hoofdstad. Half november 1589 keerde hij terug naar Groningen, waar hij op zondag 3 december, rond vier uur in de middag, arriveerde. De volgende dag kon hij, aan de hand van de aantekeningen die hij tijdens zijn gezantschap had gemaakt, verslag doen aan zijn opdrachtgevers. Hij kon hen vertellen dat de regering bereid was Stad en Lande te helpen, dat ze soldaten, geld en munitie zou sturen en dat de bevelen daartoe al uitgevaardigd waren.

Behalve het hier gepubliceerde notitieboekje (inventarisnummer rvr 2) bevinden zich in het Groningse stadsarchief nog enkele andere documenten betreffende het gezantschap van Hammonius en Vázquez:

rvr1084 Geloofs- en recommendatiebrief van burgemeesters en raad met de verordenten van Stad en Ommelanden van Groningen voor stadssyndicus dr. Wilhelmus Hammonius ten behoeve van diens missie naar de hertog van Parma. Mei 1589.

rvr 1007 Brieven van burgemeesters en raad met de verordenten van Stad en Lande aan syndicus Wilhelmus Hammonius te Spa. 1589.

rvr 1223 Brieven van Wilhelmus Hammonius, vanwege Stad en Lande gezonden tot de hertog van Parma, aan zijn committenten.1589. Met begeleidende brieven van G. Moesyenbroucq uit Keulen.

rvr 1064 ‘Minuten wth Spa ende Bruessel.’ Concepten en kopieën van brieven en andere stukken, uitgegaan van stadssyndicus Wilhelmus Hammonius tijdens zijn verblijf in Luik, Spa en Brussel. 31 mei - 13 november 1589.

Zoals eerder het geval was bij de uitgave van Hammonius’ ‘verbaal’ over 1587-1589,1 is bij het transcriberen de interpunctie en het gebruik van hoofd- en kleine letters enigszins aangepast aan de hedendaagse gewoonten. Er is geen poging gedaan om de annotatie consequent in te richten. Men vindt daarin opmerkingen over de originele tekst, verwijzingen naar andere bronnen, voorstellen voor de interpretatie van woorden en
passages, maar soms ook een inhoudelijke toelichting op Hammonius’ aantekeningen.

Een index maakt deel uit van deze uitgave.
Uitgever University of Groningen
Relatie URI http://www.rug.nl/
Rechten University of Groningen
PPN 315327669
isbns ISBN 978-90-367-3403-5 (digitaal); ISBN 978-90-367-3405-9 (gedrukt)
Auteur(s) Broek, Jan van den


 
To top